Aanvullende, bijzondere richtlijnen project-MER Steenbruggebrug beschikbaar

Aanvullende, bijzondere richtlijnen project-MER Steenbruggebrug beschikbaar

Op basis van de richtlijnen van de dienst Milieueffectenrapportage (dienst MER) van de Vlaamse overheid werd de eerste fase van het project-MER voor de Steenbruggebrug uitgewerkt. Uit dit onderzoek kwamen twee voorkeursalternatieven naar voren. Inmiddels zijn er aanvullende bijzondere richtlijnen beschikbaar die het project-MER fase 1 bekrachtigen.

Eind 2015 werden door de dienst ‘Milieueffectenrapportage’ (dienst MER) van de Vlaamse Regering richtlijnen uitgevaardigd voor de opmaak van het project-milieueffectenrapport (project-MER) voor de Steenbruggebrug. Die richtlijnen werden gevolgd om de definitieve eerste fase van het project-MER op te stellen.

1. Richtlijnen en AANVULLENDE BIJZONDERE RICHTLIJNEN PROJECT-MER VERNIEUWING STEENBRUGGEBRUG

Kort samengevat:
Het project werd een eerste maal aan de dienst MER voorgesteld met de kennisgevingsnota. Op basis hiervan stelde de dienst MER richtlijnen op. Die geven een overzicht van alle redelijke alternatieven op de huidige locatie (of net ten noorden of ten zuiden ervan) en volgens de verschillende niveaus waarop het wegverkeer het kanaal kan kruisen (vlakke beweegbare brug, halfhoge beweegbare brug, hoge vaste brug of tunnel).

Ze geven aan dat de relatie van de brug met de N50 onderzocht moet worden (mobiliteit). Ook de andere aspecten van hinder (visueel, geluid, lucht) voor de omwonenden werden onderzocht in het project-MER. Op basis van deze richtlijnen werd de eerste fase van het project-MER uitgewerkt.

Met de aanvullende bijzondere richtlijnen van 6 maart 2017 bevestigt de dienst MER dat de eerste fase “wordt beschouwd als een kwaliteitsvol document dat voldoende informatie over de milieueffecten van de verschillende alternatieven bevat”. Op basis van dit project-MER kan de Vlaamse Regering een geïnformeerde keuze maken voor een of meerdere voorkeursalternatieven.

Hier vind je de volledige versie van de aanvullende bijzondere richtlijnen van het project-MER voor de vernieuwing van de Steenbruggebrug en het rechttrekken van de bocht ten noorden van de brug.

2. PLAN-MER VLOTTERE DOORGANG DAMPOORTSLUIS EN OVERIGE KNELPUNTEN VAN DE DOORTOCHT BRUGGE

Kort samengevat:
De richtlijnen vragen om een evenwichtige benadering van het water- en wegverkeer. De alternatieven voor de doortocht (Dampoortsluis en overige knelpunten) hebben tot doel de scheepvaart te garanderen, maar moeten gepaard gaan met verbeteringen voor het wegverkeer. In het MER werden dan ook de mogelijke effecten op het wegverkeer en de milderende maatregelen meegenomen. Ook het landschap, bouwkundig erfgoed, archeologie en waterhuishouding verdienen extra aandacht.

Hier vind je de volledige versie van de richtlijnen voor het plan-MER voor de overige aanpassingen aan de doortocht en de vernieuwing van de Dampoortsluis. Op basis van deze richtlijnen werd een milieuonderzoek uitgevoerd, dat samen met de maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) en de multicriteria-analyse (MCA) de basis vormt voor de evaluatie van de vijf voorgestelde locaties.

Wat doet De Vlaamse Waterweg nv?

De Vlaamse Waterweg nv beheert en exploiteert de waterwegen in het centrum en in het westelijk deel van Vlaanderen. We stimuleren het multifunctioneel gebruik van deze waterwegen met oog voor de belangen van alle actoren en extra aandacht voor veiligheid en integraal waterbeheer.